(auteur: Henk Nota)
Uit: Open Monumenten ten zuiden van Leeuwarden. Ljouwert, 1989

Wytgaard, liggend aan en op de oude Middelzeedijk, behoorde vanouds bij het dorp Wirdum. De geschiedenis van Wytgaard loopt vanwege deze verbintenis met Wirdum grotendeels parallel met die van het buurdorp. Alleen op godsdienstig gebied verschillen de beide dorpen wezenlijk van elkaar: Wirdum is een protestants dorp en Wytgaard een oude rooms-katholieke enclave.

Wytgaard dankt in feite haar rooms-katholieke parochie aan Wirdum. Gaan we terug tot 1580, het jaar van de Reformatie en de beeldenstormen. De oude parochiekerk in Wirdum viel als een der eersten in handen van de protestanten en het oude rooms-katholieke geloof werd overal verboden. De laatste pastoor van Wirdum, Johannes Popkesz., werd in 1580 verbannen omdat hij niet tot de nieuwe leer overging.

Cuyperskerk 1964Van1580 tot 1593 verkeerde de oude godsdienst in Friesland in een desolate toestand. Er waren nauwelijks meer trouwe priesters te vinden en die er nog waren, hielden zich schuil. Omstreeks 1592 kwamen er vanuit de zuidelijker Nederlanden paters Jezuïeten werken. Zij trokken van plaats naar plaats en bedienden heimelijk de weinig overgebleven rooms-katholieke gelovigen. Oenemastate benoorden Wytgaard was een van die plaatsen; de invloedrijke familie Cammingha, die het slot bewoonde, was na de Reformatie het katholieke geloof trouw gebleven. De zo ernstig vervolgde priesters en zendelingen vonden op de state een goed en welkom thuis en hadden voor hun diensten zelfs een huiskapel ter beschikking. Het is dan ook zeker dat de nieuwe rooms-katholieke statie (later parochie) op Oenemastate haar oorsprong heeft gevonden.

In 1609 vestigde zich hier pater Arnoldus Cathuis (Cathz.), geboren te Leeuwarden op 21 december 1576. Hij was van voorname komaf: zijn vader was burgemeester van Leeuwarden. Pater Cathz. wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van de statie Wytgaard (1631). Naar hem is in het dorp een straat vernoemd.

Buorren1922-1De voorspraak en invloed van de in 1719 nog steeds oprecht katholieke Cammingha’s was krachtig genoeg om voor pater Aloysius Byrza toestemming te verwerven tot het oprichten van een gebouw, dat er van buiten als een pakhuis uitzag, een zogenaamde schuilkerk. De eerste steen voor dit gebouw werd in 1719 gelegd door Doeke Jans (Roorda), paardenkoper van beroep. De schuilkerk stond aan de Púndyk naar Wirdum, achter de plaats van de huidige kloostermuur. De latere eigenaar van Oenemastate, Reinier baron van Middachten, liet in 1833 op de schuilkerk een koepel bouwen met daarin een klok van 95 oude ponden. Dat was hoogst opmerkelijk en zeer vererend, de eerste metalen stem in Friesland in een katholieke kerk sinds de onlusten der zestiende eeuw.

Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie (1853) werd het katholieke kerkhof aangelegd (1859) en in 1872 de nieuwe “Cuyperskerk” gebouwd. Voordat in 1921 een eigen katholieke school werd opgericht, gingen de kinderen naar de uit 1863 daterende openbare lagere school die nog steeds, zij het zwaar verbouwd, met haar rondboogtraveeën het dorp markeert. De katholieke Sint Gerhardusschool aan de Buorren is in 1981 verlaten. Kinderen en onderwijzend personeel namen hun intrek in de nieuwe “Teake Jan Roordaskoalle” aan de Tjissema.

Het dorpswapen

“In goud een versmalde golvende paal van azuur, rechts vergezeld van een adelaarskop en een kam, links van drie schuinlinks geplaatste spijkers met de punt naar beneden gericht, alles van sabel.”

Wytgaard_wapen.svg

Het wapen is opgebouwd uit een voorstelling van een riviertje, Wytgaard had vroeger een haventje aan de Middelzee. De adelaarskop komt uit de familiewapens van Feytsma, Jeltinga en Sytzama, die in het dorp belangrijk waren. De kam komt uit de wapens van de geslachten Cammingha en Camstra, die eveneens states in het dorp bewoonden. De spijkers zijn ontleend aan het kruis van Jezus, aangezien in het dorp een documentatiecentrum voor katholiek Friesland was gevestigd.

Comments are closed.